Geloof, graancirkels en hoofdstuk 17

 

Want voorwaar, ik zeg u, indien gij een geloof hebt als een mosterdzaad, zult gij tot deze berg zeggen: Verplaats u van hier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal u onmogelijk zijn.

Geloof, graancirkels en hoofdstuk 17

“Ja, ik weet dat wij duizenden mijlen uit elkaar zijn, maar terwijl ik hier lig lijk je zo dicht bij mij.” Ik ben dichtbij. Wanneer ik Australië bereik, zal ik zeggen dat het heel dichtbij is. In die zin had het helemaal niets te maken met de afstand. Toch waren onze lichamen uit elkaar.

“Nou, kan ik je komen opzoeken, zodat onze lichamen…? Ah, onze lichamen in onze situaties kunnen een gelijkwaardigere of liefdevollere correspondentie vinden in onze relatie. Nu, de waarheid is dat wij in principe in conflict zijn met onze relationele associaties. Velen van ons zouden liever met elkaar aan de telefoon praten dan nu samen te zijn. Feit is dat sommigen van ons niets met elkaar te maken willen hebben. We hebben geen enkele intentie onze Cain en Abel samen te….  – kun je dit begrijpen? – we hebben geen enkele intentie om onze gescheiden associaties samen te brengen. Alle pogingen tot harmonie in conflict bestaan erin conceptuele associaties te organiseren die ons een overeenstemming, of een doel, geven om samen te komen. Is dat zo?

We lijken hier een situatie te hebben. Ik ga je vertellen waarover ik vanmorgen even ga praten. Er bestaat een hele fundamentele behoefte om, na een grafische beschrijving van jouw objectieve mogelijkheden van transformatie en filosofie, te kijken naar hoe elementair de psychologie van dit onderwijs is. Dit is eigenlijk hoofdstuk 17. Ik ga een stukje terug. Het is onmogelijk dat als wij als mensen samenkomen we niet een vorm uitdrukken van – en de meesten van jullie die mij kennen weten dat ik over het algemeen het woord niet gebruik – vertrouwen. Ik ga het woord vertrouwen vanochtend gebruiken, omdat ik in het fundamentele onderwijs – luister goed naar me – begrijp dat jij jezelf als gevorderd beschouwd in verhouding met de manier waarop je data in je eigen zelf-identiteit correleert. Dat wil zeggen, ergens heb je de hele fundamentele erkenning van oorzakelijkheid noodzakelijk gemaakt: “Ik ben hiervan de oorzaak.” Is dat zo? Je hebt door de Cursus geleerd om je heen te kijken en te zeggen: “Het kan me niet schelen hoe dat eruit ziet, ik ben er de oorzaak van. Ik ga het geen invloed op me laten hebben.” Dat is waar je aan werkt. Feit is dat vanuit een heel fundamenteel idee van correspondentie het woord vertrouwen kan worden gebruikt.

De reden dat ik het woord vertrouwen niet gebruik is dat het onvermijdelijk verkeerd wordt opgevat in de betekenis van vertrouwen in verhoudingen van los van elkaar georganiseerde gedachten – vertrouwen in een of andere god die mij gaat helpen iets te doen. Kun je dat horen? Voor mij is dat natuurlijk helemaal niet wat vertrouwen is. Vertrouwen is wat? Een totaal opgeven van de noodzaak voor de expressie in de situatie, of in waar je jezelf bevindt. Heel principieel is vertrouwen in jezelf ontrouw aan God. Nu, jullie zeggen allemaal “ja inderdaad” tegen me, maar onthoudt dat wil het waar zijn het compromisloos moet zijn, en dat is waar het wordt afgewezen. Dit is waar, gewoon omdat het een feit is.

Als ik je de laatste drie bladzijden van hoofdstuk 17 voorlees… Deden we gisteren 18? Hebben jullie 18 gelezen? Ja! Het is heel leuk. In 17 zal staan dat jij alles in de situatie brengt wat er is. Het lijkt niet alsof je dat doet. Het lijkt alsof je er alleen de noodzaak voor je eigen definitie inbrengt en je op de andere associatie vertrouwt jou via zijn eigen afzonderlijke vertrouwen in zijn associatie de correspondentie te verschaffgen die uitdrukking zal geven aan jullie vertrouwen in elkaar, terwijl je een werkelijkheid gebruikt die je weigert in haar totaliteit te aanvaarden. Vanzelfsprekend ga je die toepassing doen. Maar in de waarheid, in de fundamentele waarheid, is het een vertrouwen in je eigen associatie in plaats van een vertrouwen in de ene werkelijkheid van een scheppende God. Dit staat daadwerkelijk op die drie bladzijden.

Wat ook het doel is in ons samenkomen, het kan worden gericht op ons vertrouwen in een almachtige God dat ons, als we uit de weg gaan, een nieuwe manier zal tonen om naar elkaar en onze verhouding met de wereld te kijken. Dat heet Een Cursus in Wonderen. Maar hij moet compromisloos zijn om waar te zijn. Als ik toestap op een associatie op aarde die zich bevindt in een sutuationele inspanning is hij bezig de doelen van zichzelf en de projecties van zijn eigen droom te dienen – dit is een feit – natuurlijk wanneer ik begin te ondergaan, ik voel plotseling het licht en begin de herkenning van mijn onschuld te herkennen – dit zou verder kunnen gaan naar Forrest Gump, dit zou verder kunnen gaan naar Chauncy Gardner (de film Being There): wanneer ik in een situatie kom ben ik kortstondig onnschuldig aan het deelnemen eraan omdat ik mijn noodzaak heb losgelaten hem te beoordelen in associatie met mijn lichaam. Heb je dat? Ik ben onschuldig aan de noodzaak van de verdediging van de projecties van mijn eigen geest. Dat heet  het heilige ogenblik, als je het dat laat zijn. Op dat moment heb ik mijzelf bevrijd van de verantwoordelijkheid van de correspondentie met de associatie die ik aanspreek in de bevrijding van de correspondentie met mijzelf, waarin ik niet ga lijden onder het conflict van mijn eigen associatie. Is daar een vraag over?

Laten we het woord speciaal gebruiken. Alle relaties zijn speciaal (ik ging hier terug naar 16) als het doel van de relatie ook maar iets anders is dan het uitdrukken van de zekerheid van “we gaan hier weg.” Zie je dat? Dat is werkelijk waar jullie nu zijn. Enig ander doel zal totaal betekenisloos zijn. Nu, hoe zou dat niet als conflictueus worden bezien? ik begrijp het heel goed. Jij belt mij op en zegt: “Ik ben in dit vreselijke conflict.” Natuurlijk ben je dat. Er is sprake van een nieuwe bijstelling van de associatie die je tot nog toe had gevestigd om het resultaat van pijn en dood te vestigen dat je wilde, of wilde overwinnen in je historische relatie. Het is onvermijdelijk dat er een verstoring plaatsvindt. Het is onmogelijk dat dat niet zo is. Is iedereen het daarmee eens? Ik ga zitten en jullie die voorlezen omdat het er is. Het lijdt geen twijfel dat dat als pijnlijk en eenzaamheid en afwijzing en wantrouwen zal worden gezien, want het is eigen aan de aard van jou die niet de reactie ontvangt die jij hebt geëist in de herkenning van de nieuwe jij. Dit is eigenlijk niets anders dan een Getshemane of een voortdurende kruisiging van jezelf. Hoort iedereen dat?

Ik weet niet of beginners dat kunnen horen, maar de waarheid is dat hoe dichter je hierbij komt, deste conflictueuzer het zal zijn, tenzij het je vrede geeft. Wat je zult ontdekken is dat je ofwel in totale vrede schijnt te zijn of jn totale wanorde. Kun je dat begrijpen? Dat is wannner je mij opbelt. Natuurlijk ben je ontrouw geweest aan God. Het lijdt absoluut geen twijfel dat het waar is, maar het is waar op een fundamentele manier, niet op de manier waarop je probeert vertrouwen te vinden in de beperking. Natuurlijk voel je enig conflict omdat je een beroep op God gedaan hebt je vertrouwen te geven in de beperktheid van je eigen associatie. Kun je dat horen? Hij kan het niet; dan voel je de frustratie aangezien je Zijn instructies hebt opgevolgd. Het lijdt geen twijfel dat je Zijn instructies hebt opgevolgd, ‘Mijn Heer, waarom hebt gij mij verlaten.’ Hoor je dat? Jezus gebruikt het woord ‘kruisiging’ aan het eind van hoofdstuk 17. Want dat is wat jullie allemaal doen. Wat is de waarheid die hij precies in de volgende alinea zal ontwikkelen? Hij zal zeggen dat jij vergeten bent dat wie jij daarbuiten tegenkomt jij bent. Hij zal dat absoluut zeggen. Wie in hemelsnaam denk jij, in je nachtmerrie, dat je tegenkomt behalve je eigen Zelf.

Dit is waarom de Cursus zo waardevol is. Klaarblijkelijk ontmoeten jullie elkaar in een delen van conflict van je eigen geest. Het besef daarvan zou de volledige Verzoening zijn of de bevrijding – waarom zou je in hemelsnaam jezelf beschermen? Het conflict is duidelijk aan de gang tussen jou en de beelden van de projecties van je eigen geest. Heb je dit?

Dat is intens conflictueus. Het kan niet anders. Voor velen van jullie, in het in bijzonder in je Nazareth, kan de nieuwe jij die tevoorschijn komt niet worden herkend in de situatie die je eerder deelde met de identiteit. De sleutel tot dit is: “Je doet het jezelf aan.” Zie je hoe ik daarbij terug moet blijven komen? Dan wordt je op zijn minst de voorziening gegeven van een tijdelijke bevrijding van de verdediging tegen de aanval die op jouw inkomt. Kom op! Kon je dat horen? Dat is een wonder, nietwaar? Hier verloopt alles vloeien, je denkt dat de associatie op dezelfde pagina zit als jij; dat zit hij niet! Hij geeft je alleen een perceptuele – ik heb hier sinds mijn ontwaken meet te maken gehad – hij geeft je alleen een perceptuele respons in zijn vastbeslotenheid een onverlichte correspondentie met jouw relatie te blijven vinden. Plotseling draait hij zich om en valt je aan. En het is noodzakelijkerwijs plotseling, want tot dat moment was hij gerechtvaardigd in het geloof van correspondentie dat hij gevonden had door jou te identificeren in een bereidheid de nieuwe relatie te aanvaarden die jij hem aanbood. Maar onthoud, heel waarschijnlijk, omdat hij niet de totaliteit van de Verzoening gehad heeft, die is gebaseerd op een nieuwere relatie die hij van plan is te vestigen om jouw voortdurende noodzaak te rechtvaardigen om God ontrouw te zijn. En jij zegt tegen hem: “Nee, ik ben hier niet trouw aan; ik ben trouw aan God.” Ik kom weg met het woord geloof. Dat is wat daar staat. Je ongeloof is waarom je hier bent.

Verlichting

 

Inhoudsopgave

Voorwoord
De initiatie
Het mechanisme van het wonder
– Bellen
– Zwarte gaten: tijd naar eeuwigheid
– Een meesters academie
– Mevrouw Brown, Red Rock en Rover
– Droom een lichte droom
– Vrijmetselarij
– Wees mijn valentijn
– De heldere lichten zijn de Hemel
Geloof, graancirkels en hoofdstuk 17
– Christelijke verlichting