1 Korinthe 13

 

Een nieuw gebod geef ik u,

dat gij elkander liefhebt;

gelijk ik u liefgehad heb,

dat gij ook elkander liefhebt.

1 Korinthe 13

Het is een ongelofelijke gebeurtenis voor mij de woorden te horen van Jezus Christus, Schrift uit de eerste hand van Een Cursus in Wonderen, voorgelezen in een confessionele omgeving – dat wil zeggen, een samenkomen van vrije christenen die uitdrukking geven aan de letterlijke woorden van onze meester Jezus Christus. Het is onmogelijk om dat na te volgen. Wat jullie hebben gedaan binnen het raamwerk van het weefsel van ruimte/tijd, een historische gebeurtenis, is de grote leraar, ontwaakte mens, Jezus Christus van Nazareth, op zijn woord van 2000 jaar geleden te geloven, dat voor de allereerste keer te brengen naar een heilige plek en de geheime, ongelofelijke, mystische leringen van het Christendom bij elkaar te brengen in een associatie van de voortgang van de zich transformerende denkgeest.

De eenvoudige stelling dat de natuurlijke mens, zoals hij is gevormd in zijn perceptuele onjuiste evaluaties, in staat is, via een proces van het opgeven van die perceptuele observaties, zijn ware erfgoed kan leren kennen als de Levende Zoon van God. Dat is wat er hier gebeurt. En dat is ongelofelijk. Te luisteren naar jouw bereidheid jouw volmaaktheid te belijden in een land waar de gevestigde godsdienstorde gebaseerd is op de belijdenis van zonde is iets buitengewoons. Een samenkomst te zien van mensen die bereid zijn hun vastbeslotenheid om God te vinden te baseren op hun erkenning dat zij de ene Zoon van God zijn in plaats van intense zondaren die onherroepelijke boetedoening moeten verrichten voor een schuld die hen in de hel heeft geworpen, is iets buitengewoons. Het is het fundamentele onderwijs van Jezus Christus van Nazareth.

Het verband tussen de Vrije Christelijke Kerk van Volledige Toewijding en de oorspronkelijke, historische kerkleringen van de discipelen of van de apostelen is misschien om deze reden niet volledig duidelijk voor je, en onze prachtige broeder leraar Paulus drukt het heel bondig uit wanneer hij zegt dat de natuurlijke mens geen weet heeft van de geestelijke mens, de geestelijke mens heeft geen weet van de natuurlijke mens (I Korinthe 2:14). Onze goddelijke broeder, de vervolger van Christus, Saul van Tarsus, wat jij geweest bent, onderging de Damascuservaring die hem tot Paulus heeft gemaakt. Jullie, als hedendaagse kruisigers van Christus, ondergaan jullie Damascuservaring, de transformatie van jullie denkgeest, door het gebod “waarom vervolg je mij” (Handelingen 9:4) zoals aangegeven in de Cursus tot de zekerheid van de leringen van Jezus Christus. De parallellen met Paulus in het Nieuwe Testament zullen opmerkelijk zijn als je bereid bent de aanname van de natuurlijke mens van de natuurlijkheid van Paulus en door de Cursus de geestelijkheid van Paulus verklaart zoals je dat doet me je broeder en zoals je onderwijs je aanwijst. De natuurlijkheid van de mens betekent niets. De goddelijkheid van de mens in jouw declaratie betekent alles. Betekent dat dat we in de Schrift uitkiezen? Natuurlijk. Het idee van uitkiezen is de noodzaak de geestelijke mens te onderscheiden van de natuurlijke mens. Als nieuwe christenen zouden we immers niet een neiging hebben erg in te stemmen met de uitgevers of scribenten van Een Cursus in Wonderen? Wij zouden dat van nature niet doen. Vanuit een goddelijk standpunt is de methode aan de hand waarvan de natuurlijke mens God leert kennen betekenisloos. Die methode heeft geen betekenis. Onze nadruk ligt dan ook niet op het idee dat de natuurlijke mens, door zijn eigen inspanning, God kan leren kennen, maar veeleer dat hij via zijn volledige commitment aan de zekerheid dat hij niet kan weten, hij Goddelijk kan worden.

Paulus ging door zijn transformatieproces heen en hij formuleerde uiteindelijk kennelijk een natuurlijke kerk die 2000 jaar heeft voortbestaan, en laten we haar de volledige waarde geven die zij behoeft en kijken naar de geestelijke aard van het hedendaagse Christendom in plaats van op de denigregerende natuurlijke manier. Als we dat doen, zullen we via onze ontwakende geesten het brede bereik onderscheiden van allegorie en gelijkenis die in de Schriften optreden. Een prachtige demonstratie daarvan – en ik weet dat het voor veel christenen cliché is – is Paulus’ Korinthe 13, waarin hij liefde definieert. En ik ga het jullie voorlezen vanuit een associatie met de nieuwe Schrift van Jezus in Een Cursus in Wonderen. We merken allereerst op dat in de vertaling uit het Grieks in de King James versie liefde is vertaald door naastenliefde. Het dichtst dat de uitdrukking die Paulus bedoelde toen hij liefde zei in het Grieks vertaalde zich naar naastenliefde of geven. Liefde is dan, in waarheid, niets dan volledig geven, of volledig vergeven. Naastenliefde, the erkenning van de behoefte om te dienen and te helpen, is, wanneer zij haar ultieme punt bereikt, het totale geven van jezelf. In die zin betekent naastenliefde, in de King James vertaling, letterlijk God of God in actie of scheppen. Het dichtst dat de perceptuele denkgeest bij scheppen kan komen is geven. Dit gebeurt in Korinthe 13, en ik zal het je voorlezen. Dit is een uitspraak door een bewustzijn die worstelt om uit te drukken wat hij voelt in zijn hart, en hij erkent dat hij diep binnenin zichzelf een last van zelf meedraagt. Dit is een inwijdeling, die waar hij het proces heeft ondergaan, hele mystieke dingen zal zeggen, zoals: Ik weet van een mens die naar de derde hemel ging, wat hij daar zag mag ik niet uitspreken (2 Korinthe 12: 2-4). Alle mooie mystische dingen die gebeuren die door het esoterische of perceptuele christendom zijn genomen en veranderd in een soort geloofs- of kerkelijke observatie. Wij, als nieuwe Christenen, verkondigen dan dat het enige doel van de formulering van de gevestigde orde van de kerk is de transformatie van de denkgeest teweeg te brengen, en wij komen samen met een verklaring dat door onze wederzijdse vergeving wij het gezicht van Christus in elkaar mogen zien en daarin de glorie van God op ons mogen zien schijnen. Dit is de Kerk van Jezus Christus.

Paulus spreekt voor zichzelf, en hij spreekt in het bijzonder voor de magie van verschijnselen die kunnen gebeuren in Simon Magus, de tovenaar, in het proces van ontwaken waarin je ontdekt dat je door de energieën van het gebruik van heelheid ontdekt dat je bepaalde karakteristieken hebt ontwikkeld die immers normale menselijke processen te boven gaan? Hij richt zichzelf hierop met de verklaring dat tenzij jij helemaal van jezelf geeft, alle verschijnselen die je verricht totaal betekenisloos zullen zijn. Dit is 1 Korinthe 13: Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak, maar had de liefde niet, ik ware als schallend koper of een rinkelende cymbaal. (1 Korinthe 13) Je merkt dat hij de tongen der engelen zoals die door de mens worden geïnterpreteerd insluit. Merk op dat hij zegt dat het heel mooi mag klinken, maar waar is er daarin de zelfverheerlijking, waar is er daarin de vastbeslotenheid vast te houden aan de uitdrukking van de beperkte zelf in associatie met deze woorden?

Al ware het, dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar had de liefde niet, ik ware niets. (1 Korinthe 13:2) Als ik niet helemaal van mijzelf kan geven. Merk op dat hij zegt: alle mysteries (geheimenissen) begreep. De noodzaak mysteries te begrijpen is de aard van de mens, niet van God. Er is geen mysterie over God. Mysteries begrijpen is van des mensen. En alle kennis had… Alle kennis op aarde blijft achter bij de waarheid. En al het geloof had… Dat is een verklaring of een de eer nemen voor mijn vermogen God te erkennen… zodat ik bergen zou kunnen verzetten… Dit is de notatie die zowel in de Cursus als in de verleidingen van God staat, waar de macht van handelen gegeven is binnen menselijke middelen in plaats van te erkennen dat jij onder geen wetten staat dan die van God. Had ik de liefde niet, ik ware niets… Merk op dat er niet staat ik heb niets; wat staat er? Ik ben niets. Dit is het dichtst dat Paulus kon komen om uit te drukken dat tenzij jij liefde bent je niets bent. Ze verdraaien de vertalingen wat later omdat ze willen dat ze inpassen, maar de King James versie had een neiging de letterlijke betekenis te nemen en het zo te laten ook al sloeg het nergens op. Naar de zin van Ik ben niets moet worden gekeken van waar wij er naar kijken, in de indicatie dat de natuurlijke mens, of de aarde, letterlijk niets is.

Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijse uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand, maar had de liefde niet, het baatte mij niets. (1 Korinthe 13:3) Dit is hetzelfde idee als eer nemen voor dienen. Dit is hetzelfde idee als erkennen dat er iets buiten jou is dat arm is en dat ik door van een beperkte associatie van zelf te geven ik God kan dienen. Naastenliefde, of the indicatie van totaal dienen, zou zijn dat ik mijzelf totaal aan de armen geef. Naastenliefde, zoals gedefinieerd in de menselijke relatie, of de notatie van wederkerigheid, of het delen van beperking, of schaarste, of dood, is niet wat liefde is.

De liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren. (1 Korinthe 13:4) Dit is het idee dat als ware dienaar van God je geconfronteerd zult worden met de noodzaak geduld te ontwikkelen. Gezegend zijn zij, wanneer men u smaadt om Mijnentwil. (Mattheus 5:11) De liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren; de liefde is niet afgunstig. (1 Korinthe 13:4) Dit is het idee dat in onze liefde voor God wij niet met elkaar in competitie zijn. We proberen niet te bepalen wie, door hun individuele proces, dichter bij deze goddelijke waarheid staat dan wie dan ook van onze andere broeders. Er is geen afgunst in ons, en die is er niet in God of in de liefde.

De liefde is praalt niet… (1 Korinthe 13:4) Zij neemt geen referenties aan. Zij identificeert zich niet als doktoren of lange termijn leraren van Een Cursus in Wonderen of geestelijken. Zij praalt niet. Naastenliefde of de liefde behoeft geen identificatie. Zij is volmaakt wat ze is in het geven van zichzelf. De liefde praalt niet, is niet opgeblazen. (1 Korinthe 13:4)  Ze hebben opgeblazen veranderd in iets anders, maar er is iets heel moois aan de vertaling opgeblazen te laten zijn. Als je ooit de zelf-importantie gezien hebt die mensen met hun referenties graag willen aannemen met betrekking tot de leringen of de Schrift van God, of de Schrift van IBM Corporation, of welke Schrift dan ook, zie je de eer die ze ervoor nemen. De liefde is niet opgeblazen. We laten dat blijven zoals het is.

Zij kwetst niemands gevoel… (1 Korinthe 13:5) Dat wil zeggen, zij gaat er niet op uit en loopt te koop met haar aard in associatie met de prostitutie van zichzelf in verhouding met de hartstochten waarmee het in zuiverheid is uitgerust… zoekt zichzelf niet… (1 Korinthe 13:5) Zwelgt niet in speciale liefde. De liefde zoekt zichzelf niet, de liefde kent zichzelf. Dit is Paulus’ poging je weg te krijgen van speciale relaties. Je zoekt jezelf niet in de zin dat de liefde niet verwekt, de liefde schept door de naastenliefde… wordt niet verbitterd… (1 Korinthe 13:5) Welnu, we gaan daar allemaal heel makkelijk aan voorbij… . en zij rekent het kwade in het geheel niet toe (1 Korinth 13:5) Rekent het kwade niet toe betekent dat de liefde geen weet heeft van het kwade. Waar het kwade de dood is, het leven de liefde is, heeft het leven geen weet van de dood. Het leven is niet het tegendeel van de dood, hij is niets. De liefde is niet het tegendeel van het kwade, dat afscheiding of zonde is, afscheiding is niets.

Zij is niet blijde over ongerechtigheid, maar zij is blijde met de waarheid… (1 Korinthe 13:6) Dit is wat Jezus in de Cursus noemt de subtiele aantrekking van wederzijdse schuld. Je niet verblijden in ongerechtigheden betekent dat je ergens niet gelukkig bent wanneer je broeder wordt neergehaald. Dat is een lastige. Dit is de aard van jouw nieuwe, ontwikkelde mens tot geestelijke mens, die slechts de opstanding van de natuurlijke mens ziet – die, zoals Jezus zegt, een aanval ziet als een roep om hulp. En dat is lastig.

Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij. (1 Korinthe 13:7) Wauw! Gelooft alle dingen – de liefde, naastenliefde, kent geen waarneming. Zij gelooft alles. Wanneer ik tegen jou zeg: geloof alles! Wat maakt het uit als je liefhebt? Nogmaals, het vereiste van de liefde, wat de liefde is: alles bedekt zij, alles hoopt zij… !Het gaat nu gebeuren. Hier komt God, God komt eraan, de wereld is voorbij, we gaan naar huis. Zeg: “AMEN!” Wauw, het is alweer een tijdje . Ik durf te wedden dat het alweer 100 jaar is – wij zijn allemaal predikanten van de oude stijl. Iedereen die bij deze groep komt is een natuurlijke drager van ware boodschappen. We zijn er misschien niet altijd waar mee geweest, maar we hebben altijd waar proberen te zijn. Daarom is wat je de Free Christian Church noemt zo’n zending. Jullie hebben een heleboel herinneringen in je dat je dit deed. Jullie zijn communicatoren van liefde. Het is aardig om te zien dat dit is wat Paulus was. Het is aardig om te zien dat de stichter van het christendom duidelijk Paulus is; we zijn ons daarvan bewust – maar dit zijn de goddelijke dingen die hij zei die op de een of andere manier geïnterpreteerd werden in “Goulashes 4” of zoiets… Wanneer de natuurlijke mens de Schrift citeert, vindt hij altijd de natuurlijke dingen. Zo wordt de Cursus vaak onderwezen. Je kunt als je wilt de eer altijd aan het proces geven, in plaats van te zien dat het proces niets betekent.

Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij. De liefde vergaat nimmermeer… (1 Korinthe 13:7-8) Ze kan nergens heen. Als je liefhebt, kun je onmogelijk falen, je hebt al gefaald… . maar profetieën, zij zullen afgedaan hebben… (1 Korinthe 13:8) Dit betekentt dat de perceptuele denkgeest zijn toekomstige organisatie kan profeteren, maar zal daarin falen, eenvoudig omdat de perceptuele denkgeest niet tot een hele profetie in staat is. Alle profetieën zijn self-fulfilling tot zichzelf, maar falen omdat er binnen de context van de mens een beperkt doel besloten ligt dat hij profeteert, en dat is inderdaad vervult. Wij onderwijzen profeteer alleen God nu, en die zal in zijn totaliteit worden vervuld… . tongen, zij zullen verstommen; kennis, zij zal afgedaan hebben. (1 Korinthe 13:8) Dit is de prachtige uitspraak van Jezus: voorbij de tijd, voorbij de sterren, voorbij de mooiste dingen die je je in je denkgeest kunt indenken, God is, en dat dit vergaat, en God en naastenliefde en liefde vergaan niet. Kennis, zij zal afgedaan hebben… en nooit geweest zijn.

Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen is ons profeteren. (1 Korinthe 13:9) Dit is de beperkte associatie. Aangezien hij gedeeltelijk is kan hij, wat hij ook doet, de waarheid niet kennen. Doch, als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben. (1 Korinthe 13:10) Waar is het duisternis wanneer er licht is? Waar is het ego, waar is het zelf dat niets was, wanneer de realisatie van jouw Goddelijkheid komt. Het is nooit geweest. Het is niet nu, zoals Paulus zegt, en is nooit geweest.

Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man ben geworden (een geestelijke mens), heb ik afgelegd wat kinderlijk was. (1 Korinthe 13:11) Jezus zegt zo vaak in de Cursus tegen jou: leg je kleine kinderlijke dingen af. En daarmee bedoelt hij je hebzucht, en je afgunst en je ziekte en je dood en je zelf-associaties. Dat zijn kinderlijke dingen – het idee van zonde – te belachelijk voor een hele denkgeest om ook maar te onderhouden. En dit is wat Paulus, in zijn nieuwe spirituele denkgeest, probeert te zeggen.  Hij zegt dit 2000 jaar geleden, met drie afzonderlijke vertalingen, en het houdt nog steeds prachtig stand. Waarom? Omdat hij een ware denkgeest had, en hij probeerde die uit te drukken. Ik begreep als een kind, ik dacht als een kind, maar toen ik een man werd, legde ik kinderlijke dingen af. Nu, hier is de Cursus: Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben. (1 Korinthe 13:12)

Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen… dat betekent dat we van onszelf een beeld hebben geprojecteerd, als beeld, maar het is een gedeeltelijk beeld, dus we kunnen onze associatie met God niet totaal kennen… . maar straks van aangezicht tot aangezicht. Dit is het zien van het gezicht van Christus in je broeder… . nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben. Het idee van ten volle gekend te zijn is hetzelfde als ten volle weten. Dit is de beoefening van Een Cursus in Wonderen.

Zo blijven dan: Geloof, hoop, en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde. (1 Korinthe 13:13) God zegene de lezing van deze woorden.

Hoe belangrijk is wellicht jouw verbinding met de historische leringen van het christendom. Hier is een mystieke reden: De mystieke reden voor de noodzaak van de Schrift is dat jij de Schrift bent. Alle herinneringen van de mens, van christenen, in hun worsteling om dit te onderwijzen, hoe valselijk ook, met welk beperkt doel dan ook, met welke methode van vervolging of richting of oorlog of behoeften om te beschermen en verdedigen; gevestigde orden van Vaticanen en Konstantinopels en kerken en heilige steden – in jullie allemaal ligt besloten de historische schoonheid van de fundamentele zekerheid van de leringen van Jezus Christus. Om die allemaal weg te gooien zou absurd zijn. Het enige wat we zouden stichten is een nieuwe religie die precies zou zeggen wat dit zegt – niet wat de natuurlijke mens denkt dat het zegt, maar wat wij, door onze nieuwe denkgeest, te weten zijn gekomen wat het zegt, en in deze onderneming met ons mee de wereld in nemen.

De rijping van dit nieuwe lichtinzicht in deze tijd te aanschouwen is iets prachtigs en ik wil dat jullie begrijpen, als je kunt, dat ongeacht hoe gedenkwaardig je het ook wilt maken, ongeacht hoeveel volheid je er ook aan wilt geven, je kunt geen idee hebben van de eigenlijke ware aard van hier werkelijk gebeurt, omdat de perceptuele denkgeest niet in staat is tot een totale realisatie van dankbaarheid – wanneer hij daartoe wel in staat is, is hij niet langer hier. Daarom onderwijzen we dat de waarheid komt tot de waarheid. Maar luister naar me: hoe meer je nu erkent dat dit daadwerkelijk gebeurt, en feitelijk is gebeurd ondanks de manieren waarop je hebt geprobeerd haar te presenteren, des te sneller zal de verkorting van de tijd tot stand komen wanneer je zult zien dat dit lang geleden al voorbij is gegaan en niet meer is, en wij zijn van hier verdwenen, en wij zijn in de hemel die we nooit verlaten hebben. Daarin ligt de vrede van God.

Zal dit zich nu daarbuiten verspreiden? Zal dit gehoord worden? Ja. Hoe zou dat niet kunnen? De ceremonie die hier vandaag werd gehouden is zo puur christelijk dat het ongelofelijk is. De ceremonie is zo prachtig een expressie van Jezus Christus, die wij nu beseffen dat altijd bij ons is geweest. Wanneer we de beproeving ondergaan, in de erkenning van het naar de waarheid komen van onze natuurlijkheid, zien we dat door de enkele erkenning dat hij die beproeving heeft ondergaan, wij alle noodzaak voor onszelf elimineren de nutteloze paden te vervolgen waar we dachten het te kunnen vinden – dit is verzoening in zijn allerhoogste verklaring. Velen van jullie herinneren dat je als kind de vraag stelde: waarom is het dat als Jezus Christus de wereld heeft gered dat wij nog steeds ongered hier zijn. Het hele eenvoudige antwoord is: omdat jij niet hebt erkend dat hij inderdaad de wereld heeft gered. Als hij dat inderdaad heeft gedaan, ben jij inderdaad niet hier, en ben jij inderdaad niet. Ieder moment wordt het slechts noodzakelijk in de method van onze zekerheid om te verklaren dat Hij inderdaad de wereld heeft gered, want één redding zou alle redding zijn, aangezien één zonde alle zonde is. Jij hebt deze prachtige Schriften in handen die rechtstreeks afkomstig zijn van de bron die je hierheen wijst. Hoe zou het mogelijk zijn dat je geen kerk vormt? Jij bent de kerk. Onze dank aan jullie terwijl jullie tevoorschijn komen als leraren, als een individuele verklaring van je transformatie. Je zult het spirituele lef moeten hebben er uit te gaan en je Belijdenis van Volmaaktheid (Confession of Perfection) voor te lezen en te kijken hoe snel de christen, die, ergens in zijn hart, heeft begrepen dat het nieuwe convenant slechts liefde was en niet de voortdurende elementen bevatte van de noodzaak om te veroordelen, aan te vallen of jezelf tegen je broeder te verdedigen, je tegemoet zal treden en zeggen: “Ja! Ik zie in jou wat Jezus onderwees. 

Er is een notatie dat goddelijk goddelijk maakt en terwijl jullie nieuwe denkgeesten zichzelf beginnen uit te drukken in de scheppingen van je hart/denkgeest, worden jullie in de hartstocht van jullie eigen toewijding waar door het opgeven van de schuld van je kennelijke onwaarheid door de belijdenis van onvoorwaardelijke vastbeslotenheid om dit te pakkken te krijgen, zodat je vrede automatisch en volledig komt, via de eenvoudige uitspraak: dit is wat ik ga doen. Dit brengt je in het nu. Dat onttrekt alle mogelijkheden en omvat die, alle profetieën worden betekenisloos voor je. Dat is wat jullie samen delen. 

 

 

 

 

 

Getsemane naar Galilea

 

Inhoudsopgave

- Voorwoord
- 1 Korinthe 13
- De Bergrede
- Genesis
- Vraag en het zal gegeven worden
- Fysieke wederopstanding
- De sleutels tot het koninkrijk
- Weet ge niet dat ge opnieuw geboren moet worden
- Het koninkrijk der hemelen
- Gethsemane naar Galilea

Chat openen
1
Schrijf hier je bericht of vraag
Hallo, wat kan ik voor je doen?